Oranje Sulawesi Slak

Taxonomie

Rijk:                     Animalia (Dieren)
Stam:                  Mollusca (Weekdieren)
Klasse:                Gastropoda (Buikpotigen)
Clade:                 Caenogastropoda
Clade:                 Sorbeoconcha
Superfamilie:   Cerithioidea
Geslacht:           Tylomelania
Soort:                  Tylomelania sp. Orange

Herkomst

De Tylomelania is een zoetwaterslak die voorkomt in de wateren rondom Sulawesi, Indonesië. Het is vaak onbekend waar de slakken worden gevangen en om weke soort het gaat, omdat de soorten er op elkaar kunnen lijken. De Latijnse naam is daarom verandert naar Tylomelania sp. Orange. Ze staan ook wel bekend onder de naam ‘Rabbit snails’, wat verwijst naar hoe deze dieren zich voortbewegen met kleine hupsjes zoals een konijn.

De enige soort omschreven in de IUCN Red List is Tylomelania kruimeli in deze staat geregistreerd als ernstig bedreigd. Het is aannemelijk dat dit ook het geval is bij andere soorten, doordat de soort veelvuldig gevangen wordt voor aquariumhouders en de soort niet makkelijk vermenigvuldigd in gevangenschap.

Gedrag & verzorging

Sulawesi Slakken zijn sociale dieren en moeten dus met minimaal 2 gehouden worden. Ze zijn niet schuw en erg actief zowel in de nacht als overdag. Het is dus goed te zien dat ze de hele dag bezig zijn met zoeken naar eten. Ondanks hun grootte zijn het echte klimmers en hebben ze geen enkel probleem met stukken hout en stenen. Echter de laatste kunnen wel zorgen voor krassen en beschadigingen in hun schelpen.

Ze worden tot zo’n 9 cm groot en hebben 7 tot 9 whirls in hun schelp. Ze hebben eveneens een operculum, een soort afsluitstukje om zich te beschermen tegen roofdieren als ze slapen. Hun ogen staan niet op “stokjes”, maar op hun hoofd. De sprieten worden bij deze slakken dus ook écht gebruikt als voelsprieten. Met hun lange snuit woelen ze door de bodem, op zoek naar eetbaar materiaal.

Huisvesting

Sulawesi Slakken zijn actieve slakken die bijna de hele dag en nacht door het aquarium rond kruipen op zoek naar voedsel als ze wakker zijn. Een aquarium vanaf 60×30 cm is daarom aangeraden. Groter is altijd beter. Een zachtere bodem zoals ronde korrel of zand is aan te raden omdat ze met hun lange snuit door de bodem woelen en hun schelpen anders snel beschadigen. Stenen en hout kan gebruikt worden om hogere punten in het aquarium te maken, want deze dieren hebben geen ene probleem met klimmen ondanks hun grootte! Mocht het gebeuren dat er een stukje schelp afbreekt of ze beschadigingen hebben, voer dan een poosje wat extra voedsel met veel calcium zoals pasta of broccoli. Hierdoor heelt de schelp sneller.

Tylo’s, zoals deze slakken ook wel genoemd worden, zijn erg gevoelig voor waterwaarden. Nitriet is natuurlijk zoals voor elke aquatisch dier zeer giftig en dodelijk, maar ook de waarden in pH en kH zijn van érg groot belang om Tylo’s goed te laten groeien. Een hoge pH van 7 tot 8,5 en de kH en gH mogen beide niet onder de 5 komen. Mocht je weinig verstand hebben van aquaria: pH is de zuurtegraad van het water, kH is de calciumwaarde en gH is de magnesiumwaarde.

Het water moet ook relatief warm zijn: 25 tot 30 graden Celsius.

Voeding

Sulawesi Slakken zijn geen moeilijke eters. Ze halen veel afvalstoffen uit de bovenste laag van de bodem, eten veel soorten planten als ze verder niks vinden, algen worden ook gegeten en daarnaast lusten ze ook gerust een stukje pasta, broccoli of een garnaaltje of visje (vervellingen of dode garnalen). Vrijwel alles wat afval is, wordt door deze dieren wel opgeruimd.

Voortplanting

Tylo’s zijn lastige kwekers en vormen geen plaag. Omdat het één van de weinige soorten slakken zijn die net hermafrodiet zijn, maar écht afzonderlijke geslachten hebben, moet je maar net geluk hebben dat je een koppel hebt. Als je twee vrouwen of twee mannen hebt, zul je dus geen nakweek krijgen, tenzij de vrouw in de winkel al bevrucht is. Dit gebeurd wel regelmatig, omdat ze daar als volwassen dieren in grote groepen bij elkaar leven. Wanneer je wel een koppel hebt of een groepje waarin beide geslachten voorkomen en ze beginnen eenmaal met kweken, zul je echter wel regelmatig jongen krijgen! De verschillend in het geslacht zijn niet met het blote oog te zien, dus het is écht een gok!

Elke vrouwelijke Tylo is vruchtbaar wanneer ze ongeveer 4 cm groot zijn. Ze zijn ongeveer 4 tot 6 weken drachtig en krijgen dan 1 of 2 jongen per legsel. Ze leggen geen eitjes, maar de jongen worden geboren uit een soort eierzak en kruipen direct uit het lichaam van de moeder en redden zichzelf prima met het zoeken naar eten. Ze zijn dan ongeveer 3 tot 6 mm groot en voeden zich aan het bioslijm op de wanden van het aquarium. Het is dus niet aan te raden om de wanden schoon te maken wanneer je succesvol wilt kweken. Dit geldt ook voor enige decoratie in het aquarium.

Stress kan een legsel triggeren als de moeder al bevrucht was. Dit is vaak het geval bij het verschonen van de bak, nieuwe vissen in het bestand of een verhuizing. Ze kunnen eveneens sperma bewaren, dus als een dame eenmaal jongen krijgt, dan kan ze zichzelf wel maandenlang bevruchten met het bewaarde sperma.