How To: Het verwarmen van een verblijf

How To: Het verwarmen van een verblijf

De temperatuur van een verblijf is bij Witbuikegels een belangrijk punt om goed op te letten en te zorgen dat alles goed geregeld wordt. In deze blogpost leggen we daarom uit waarom de temperatuur zo belangrijk is, hoe hoog deze moet zijn en wat de beste manieren zijn om een verblijf goed te verwarmen. We merken namelijk dat eigenaren hier toch vaak problemen mee hebben en er niet helemaal uit komen.

Natuurlijke omgeving

Witbuikegels even van nature in Centraal Afrika, in de Sahel streek om precies te zijn, en komen vooral voor in halfwoestijnen en steppegebieden. Je kunt je voorstellen dat deze gebieden jaarrond erg warm zijn. In de winters is het een paar dagen onder de 20 graden en dan houden Witbuikegels een winterrust onder de grond (waar het dus nog steeds boven de 20 graden Celsius is). In de zomer kan het op sommige dagen boven de 40 graden Celsius worden en dan houden ze een zomerslaap. De gemiddelde temperatuur jaarrond is tussen de 23 en 33 graden Celsius.

In gevangenschap wordt hierom een temperatuur van 22 tot 25 graden Celsius aangehouden als geschikte temperatuur. Zo heb je aan beide kanten een klein beetje speling mocht het door onze eigen seizoenen iets afkoelen of juist warmer worden.

Gevolgen van een te koude huisvesting

Als huisdier is een temperatuur onder de 20 graden Celsius dus absoluut af te raden, want dit kan een Witbuikegel fataal worden. Ze worden eerst kouder, hun orgaanfuncties beginnen langzamer te worden en ze worden sloom. Naarmate het langer duurt en de organen steeds langzamer beginnen te werken, wordt de egel zieker en zal in shock gaan. Hun lichaam geeft dan namelijk aan dat het niet genoeg energie heeft om zich én op te warmen én alles te laten werken én het dier bij bewustzijn te houden. Langzaamaan vallen er functies helemaal uit en zo overlijdt een Witbuikegel binnen enkele uren wanneer het te koud wordt.

Meestal komen mensen er (gelukkig!) op tijd achter dat de egel te koud wordt, maar het proces hierboven is al wel in gang gezet. Dit houdt dus ook in dat er blijvende schade kan achterblijven, ook al wordt het dier al weer opgewarmd. De organen hebben bepaalde functies van een orgaan dan namelijk al afgezwakt of zelfs helemaal uitgeschakeld waardoor die delen weinig of geen bloed krijgen en eigenlijk “dood” zijn. Organen die hier gevoelig voor zijn, zijn met name de nieren en de lever. Die worden als eerst uitgeschakeld, het heeft immers toch geen zin om al die stoffen nog om te zetten als het dier toch al aan het doodgaan is. Bij het opwarmen komt er weliswaar weer bloed door de organen, maar als het al zo ver is dat bepaalde delen van organen al helemaal niet meer functioneren dan kan het zijn dat die delen altijd zwakker blijven of niet meer gaan werken.

Voorkomen is dus beter dan genezen, daarom adviseren we altijd een temperatuur van minimaal 22 graden Celsius en zo stabiel mogelijk! Liever iets hoger dan te laag, dus liever 23 tot 25 graden Celsius.

Manier van opwarmen bij shock

Mocht het dan toch onverhoopt gebeuren dat een Witbuikegel in shock raakt door de kou, zorg dan dat je allereerst de egel zelf opwarmt: het verblijf kan iemand anders doen of komt later wel. Leg de egel onder je kleding, rechtstreeks op je buik. De egel kan zich dan aan jou opwarmen, zonder dat dit té snel gebeurd. Waar de organen langzaam minder worden, moeten ze ook weer langzaam opstarten. Anders kan ook dat flinke gevolgen hebben voor hun gezondheid. Afhankelijk van of je op tijd bent en hoe kou de egel is, kan dit een half uur tot een uur duren. Mocht het echt niet beter worden, schakel dan z.s.m. een dierenarts in!

Is de egel weer warm, wordt hij/zij weer actief en heb je het gevoel dat het weer goed gaat? Biedt het dan wat te eten en te drinken aan. Zo weet je gelijk hoe groot de gevolgen zijn geweest (o.a. aan de ontlasting en de urine) en zet je de organen weer even aan het werk. Hoe sneller hoe beter. Zet hem daarna in een tijdelijk verblijf in een warme kamer, zodat je de temperatuur in het verblijf in orde kunt maken en in die tijd zal de egel meestal wel een keer hebben gepoept en/of geplast en kun je dat gelijk goed controleren. Mocht er iets mis zijn aan de ontlasting (grijzig, groenig of juist gelig of bloederig) of de urine (donker oranje of juist helemaal kleurloos), neem dan alsnog contact op met een dierenarts om verder te onderzoeken of er organen niet goed functioneren. Ontlasting kan in het begin wat waterig zijn, dit moet binnen 24 uur wel weer afnemen.

Als de egel warm is en de temperatuur in het verblijf is weer in orde, dan kan de egel weer terug. Mochten de problemen met de temperatuur niet op te lossen zijn binnen afzienbare tijd, kijk dan of je de egel misschien tijdelijk bij iemand anders kunt laten logeren. Goede fokkers zijn altijd bereid om je hierbij te helpen als ze zelf plaats hebben, of willen gerust meehelpen om een goede plek te zoeken in de buurt.

Hoe verwarm je een verblijf?

Er zijn verschillende methoden om een verblijf te verwarmen en hoewel ze allemaal zo hun voor- en nadelen hebben, zijn sommige methoden gewoon echt niet geschikt voor een Witbuikegel.

Een warmtemat is niet geschikt voor Witbuikegels. Ze zijn hoofdzakelijk gemaakt voor dieren die een warmere plek nodig hebben in een verblijf en niet om een heel verblijf te verwarmen. En dat merk je goed, want een warmtemat verwarmt enkel het kleine deel waar hij geplaatst wordt en niet de lucht in het verblijf zelf. En dat laatste is nou juist het allerbelangrijkste voor een Witbuikegel. De lucht moet voldoende warm zijn en de bodem verwarmd dan vanzelf mee. Een warmtemat werkt juist andersom en omdat warmte naar boven stijgt en glas niet isoleert, is de warmte die er al geproduceerd wordt heel snel verdwenen. Een tweede reden waarom een warmtemat niet geschikt is, is omdat het erg warm wordt en je hem niet kunt dempen. Een egel kan zich er dus makkelijk aan branden, zeker als je een glazen verblijf hebt en de egel net op dat plekje een beetje wil graven. Naast dat het brandwonden kan opleveren, is het ook hartstikke stressvol als dat gebeurd natuurlijk. De derde en laatste reden die we hier noemen om een warmtemat niet te gebruiken bij Witbuikegels is de veiligheid. Ze worden namelijk ook vaak verkeerd aangesloten of verkeerd geplaatst, waardoor er gevaarlijke situaties ontstaan. Een warmtemat mag je bijvoorbeeld nooit op een verdeeldoos of verlengsnoer aansluiten. Als de mat teveel stroom vraagt en kortsluiting geeft, wordt dit in een normaal stopcontact direct doorgegeven en wordt de groep in huis waarop hij is aangesloten (of soms zelfs de hoofdschakelaar in huis) direct uitgeschakeld. Verdeeldozen kunnen dit signaal wel eens negeren. Er ontstaat dan kortsluiting tussen de apparaten in de verdeeldoos en daar komen vonken vanaf, waardoor een brand in huis zeker geen uitzondering is. Een verlengsnoer zal het signaal wel overgeven, maar kan tijdens dit proces ook vonken afgeven en een brandhaard vormen. Daarnaast moet een warmtemat ook vrij liggen, zodat het zijn warmte kwijt kan. Als dit niet gebeurd, kan er kortsluiting ontstaan en het kan zelfs zijn dat de mat zelf ‘ontploft’.

Maar wat zijn dan wél manieren om je verblijf op te warmen?

Keramische warmtelamp

De meest voorkomende en makkelijke manier om een verblijf te verwarmen is met een keramische warmtelamp die wordt aangesloten op een automatische thermostaatregelaar.

Een keramische lamp geeft wel warmte af, maar geen licht. Hij kan dus gerust 24/7 aan en uit gaan, zonder dat de egel er last van krijgt. Witbuikegels kunnen elke vorm van licht waarnemen, dus ook blauw licht en infrarood. Die lampen zouden dus het dag- en nachtritme kunnen verstoren voor de egel. Afhankelijk van het materiaal van het verblijf en de grootte zul je genoeg hebben aan 60 Watt tot 150 Watt. Een open traliekooi zal een hoger Wattage nodig hebben om te verwarmen dan een betonplex terrarium met wanden van 8 of 16 mm dik. En waar je voor een verblijf van 120 cm breed en 50 cm diep maar één lamp nodig hebt, zul je er voor een groter verblijf twee of zelfs meer nodig hebben. Dat is een kwestie van uitproberen, dus zorg altijd dat je de lamp eventueel kunt ruilen voor een zwaardere als je er niet genoeg aan hebt. Naast de lamp zelf, zul je ook een keramische fitting nodig hebben. De lamp van een keramische warmtelamp wordt een stuk warmer dan een lamp die verwarmd met licht. Een plastic fitting zal op den duur smelten als er een keramisch lamp in zit, dus dan kun je beter vooraf zorgen voor een geschikte fitting.

En dan heb je nog iets nodig om de temperatuur mee constant te houden. Zelf de lamp aan en uit zetten elke dag is een hoop werk en houdt de temperatuur verre van stabiel, dus is het ideaal om een apparaat te hebben die dat voor je doet. Een automatische thermostaatregelaar dus. Hier kun je de lamp op aansluiten, de temperatuur instellen wanneer de lamp aan springt om te verwarmen en wanneer hij uit springt omdat het warm genoeg is. Soms kun je er meerdere lampen op aansluiten. Let wel op, dat je de thermostaatregelaar niet mag aansluiten op een verdeeldoos. Er zit namelijk wel een beveiliging in de thermostaat dat de schakelaar uit gaat wanneer de lamp kortsluiting geeft, dus een gelijkende situatie als bij de warmtemat zul je niet zo snel zien, maar als een ander apparaat op de verdeeldoos kortsluiting geeft of onder spanning staat dan schakelt de thermostaatregelaar niet uit en zal de lamp kapot gaan. Omdat de spanning van het apparaat dat kortsluiting geeft er uit is, zul je verder niet merken dat er iets aan de hand is en zal elke lamp dus kapot blijven gaan, net zo lang tot je het apparaat met kortsluiting verwijdert van de verdeeldoos. De fitting van de keramische lamp blijft echter wel onder spanning staan, maar omdat keramiek niet geleid, zul je ook dat niet merken. Om je elektriciteitsrekening te vriend te houden en om niet elke keer nieuwe lampen te moeten blijven kopen, is het dus beter om de thermostaatregelaar direct op het stopcontact aan te sluiten.

Centrale Verwarming

Een andere manier om te verwarmen is middels de Centrale Verwarming. Dit is slechts in enkele situaties haalbaar om te doen en daarom bijna nergens gebruikt. Wanneer het huis goed geïsoleerd is en je één kamer goed kunt verwarmen tot minimaal 22 graden Celsius in hartje winter, dan is het te doen. Maar door de hoge energiekosten is het niet haalbaar voor één egeltje om speciaal zo in te stellen. Deze optie is dus meer geschikt voor mensen die sowieso een warm huis hebben of mensen die meerdere Witbuikegels hebben en dus liever één warmtebron hebben in plaats van 10 of meer warmtelampen en thermostaatregelaars.

Een kamer met goede isolatie is hierin wel echt key: enkel glas verliest al heel snel warmte en zeker in de winterse nachten kan de temperatuur dus flink fluctueren. Voor Witbuikegels zeker niet handig en juist levensgevaarlijk. Ook onder de deur naar de gang/overloop toe moet het niet teveel tochten. Een hogere temperatuur door het hele huis is dus een stuk handiger, om tochtstromen te voorkomen waardoor het alsnog afkoelt. Een tochtstrip is geen overbodige luxe. Goede isolatie in plafonds is ook wel zo handig, want ook door het plafond heen verlies je veel warmte. Maar tegelijk, moet er ook gezorgd worden voor goede ventilatie om nare geuren en ammoniakophoping te voorkomen.

Een lastige optie dus en zeker niet haalbaar voor de meeste houders. Een voordeel is wel dat de temperatuur in de kamer en dus ook de verblijven maar héél minimaal fluctueert omdat een centrale verwarming al aan slaat als het 0,5 graden Celsius onder de ingestelde temperatuur is en door verwarmd tot een halve graad er boven. De kans op een shock is hierdoor dus nihil. En in een goed geïsoleerd huis, heb je het bijkomende voordeel dat ook in de zomer, de temperatuur niet heel hoog op loopt en je dus bijna geen maatregelingen hoeft te treffen tegen de extreme warmte periodes.

Externe verwarming

Een derde optie is om de kamer niet met centrale verwarming, maar met een externe verwarming te verwarmen. Deze kan, net als een keramische warmtelamp, aangesloten worden op een thermostaatregelaar om de temperatuur constant te houden. Deze optie is een stuk makkelijker dan verwarmen met de Centrale Verwarming en een stuk geschikter voor huizen die minder goed geïsoleerd zijn. En omdat elektriciteit minder kost dan gas, is het ook een stukje goedkoper. Het nadeel is wel, dat de meeste van deze externe verwarmingen een typische geur verspreiden die best kan overheersen.

Er zijn verschillende soorten verwarmingen. Keramische, ijzeren of op gas. De verwarming op gas is niet zo geschikt, omdat het gas op en duur een keer op raakt, tenzij je het aansluit op de gaskraan. En dat is niet in elke kamer van een huis haalbaar. Bovendien verbruikt de verwarming gas, maar de thermostaatregelaar elektriciteit en dus heb je dan dubbele kosten. De ijzeren verwarming geeft vaak helderrood licht af en kan soms erg aanwezig zijn en dus effect hebben op de dag- en nachtritmes van een egel. De beste optie hierin is dus ook de keramische verwarming. Deze geeft geen licht, wel warmte en maakt geen dubbele kosten. Ook geeft deze aanzienlijk minder geur af dan de andere twee opties, maar zijn wel een stuk lastiger te vinden.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *